Normen leefgeld

Hoeveel leefgeld iemand ontvangt per week/maand is verschillend. Het ligt eraan wat de inkomsten en uitgaven zijn.

Het is de taak van de bewindvoerder om eerst de vaste primaire lasten (huur, energie, water, zorgverzekering en kosten bewindvoering) te betalen. Van wat er daarna over is moet de cliënt en de huisgenoten leven en bv. ook telefoon en internet betalen. Alle gegevens over inkomsten en uitgaven zijn te vinden in het budgetplan in het digitale kasboek.

In een dossier met problematische schulden wordt indien mogelijk een normbedrag gehanteerd voor de betaling van leefgeld. Dit normbedrag is €40,- per week voor de eerste persoon en voor elk ander gezinslid €10,- per gezinslid. Twee voorbeelden: Een gezin met 2 volwassenen en 2 kinderen krijgt dus €70,- per week en een gezin dat bestaat uit 2 personen krijgt €50,- per week.

In het budgetplan in het digitale kasboek kan de cliënt zelf nagaan of er ruimte is voor de betaling van leefgeld. Betaling van wekelijks leefgeld lukt namelijk alleen als het saldo op de beheerrekening toereikend is. Is er onvoldoende geld aanwezig op de beheerrekening, dan ontvangt de cliënt minder leefgeld. Zodra duidelijk is dat er minder of geen leefgeld kan worden betaald, krijgt de cliënt, liefst proactief, via telefoon of mail uitleg waarom er minder leefgeld kan worden betaald.

Tot slot: Conform de Richtlijn van de Rechtbank worden kinderbijslag en Kindgebonden Budget alleen doorgestort op de leefgeldrekening als er geen sprake is van problematische schulden en er voldoende buffer is opgebouwd voor calamiteiten. De bewindvoerder blijft in alle gevallen verantwoordelijk ten aanzien van de kinderbijslag en de toeslagen.

terug naar pagina bewindvoering

(pagina gemaakt op 11 maart 2020)